Straathoekwerk
met thuislozen
Bel ons
Corona besluiten discrimineren daklozen

Discriminerende Corona besluiten?

Het ter discussie stellen van de Corona besluiten, die als discriminerend worden beschouwd ten aanzien van daklozen, voor de Raad van State op 27 november

“De burgers moeten thuisblijven om contact met andere personen [...] maximaal te vermijden”. De aankondiging van de eerste lockdown door Sophie Wilmès op 17 maart ging gepaard met strafrechtelijke en administratieve sancties voor degenen die zich niet hielden aan de maatregelen om de verspreiding van COVID-19 te beperken. Maar wat dan voor mensen die geen thuis hebben? En hoe zit het vandaag? Deze namiddag verdedigen we hun zaak op een hoorzitting van de Raad van State om 13.00 uur.

Het ministerieel besluit van 23 maart 2020 verbiedt aanwezigheid "op de openbare weg en in openbare plaatsen", behalve in uitzonderlijke gevallen, en op straffe van administratieve en/of strafrechtelijke sancties. Dit geldt voor iedereen. Ook voor mensen die geen thuis hebben, de daklozen, de straatbewoners. Zij worden onderworpen aan een drievoudige straf: ze worden administratief en strafrechtelijk gesanctioneerd, ze verliezen al een deel van hun inkomsten uit bedelarij en zwartwerk, en de toegankelijkheid van sociale instellingen, die hen gewoonlijk helpen, is al drastisch beperkt. In zekere zin worden zij dus gediscrimineerd door dit ministerieel besluit en door diegenen die het vervolgens hebben gewijzigd.

Daarom heeft DIOGENES de krachten gebundeld met de Liga voor de Mensenrechten, Infor Jeunes, het Onthaal- en informatiecentrum van het Noord-Westen van Brussel, de vzw Jeunes Ambitions Marolles en de vzw Samenlevingsopbouw Brussel, met als doel de betrokken decreten op te schorten bij de Raad van State. Vandaag, tijdens de hoorzitting van de Raad van State om 13.00 uur, verdedigen we de daklozen in het kader van COVID-19. We zetten niet alleen vraagtekens bij de sancties zelf, maar ook bij de discriminerende en niet-evenredige kant ervan, en bij de uitvoering van de besluiten. DIOGENES heeft haar activiteiten tijdens de lockdown immers voortgezet en werd geconfronteerd met verschillende verontrustende situaties in verband met de maatregelen die zijn genomen. 

Aan het begin van de lockdown waren zij [de politieagenten] zeer streng in het volgen van de regels met betrekking tot de COVID-19. Met name de regel die niet-essentiële reizen verbiedt. Op die dag werd D. gearresteerd. Hij bracht niemand in gevaar en er was toen geen verplichting om een masker te dragen. Zijn beweging werd niet als "essentieel" beschouwd, waardoor hij een eerste en daarna een tweede boete kreeg.

 

Twee politieagenten reden met hun fiets langs Albatros. Ik praatte er met twee daklozen (die ik ken) door het raam. Ze werden dan gedwongen om door te stappen; we konden onze discussie niet voortzetten. Ik probeerde uit te leggen wat ik deed, maar ze wilden niets horen.

 

Geconfronteerd met deze realiteit, zet DIOGENES zich in om de veroordelingen ongedaan te maken en de discussies in verband met de Corona-maatregelen voor daklozen te herbekijken: waarom geen uitzondering maken voor de straatbewoners van grote steden? Is dit niet essentieel in de reflectie rond de waardering van de daklozen en zijn waardigheid? Wordt de sociale uitsluiting van daklozen niet groter wanneer er geen uitzonderingen bestaan voor hen? 

Een "ga naar huis" is voor de mensen die we begeleiden moreel gezien vaak moeilijker dan administratieve sancties. 

 

Dus, wij vragen aan de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de betreffende ministeriële besluiten dan ook om deze specifieke situaties te begrijpen en om geduld en luisterbereidheid aan de dag te leggen. Op die manier kunnen ze de mensen voor wie de uitvoering van de maatregelen onmogelijk is doorverwijzen naar organisaties en sociale werkers die hen echt kunnen helpen.

In Brussel zien we dat steeds meer nieuwe regels worden ingevoerd, al dan niet in het kader van de COVID-19-crisis. Deze omvatten een avondklok en de uitbreiding van de ‘no drinking’ zone bijvoorbeeld. We willen het bewustzijn vergroten dat dit soort beslissingen een reële impact hebben op het leven van daklozen. Ze moeten daarom proportioneel en beperkt in de tijd zijn, en op zijn minst rekening houden met bijzondere omstandigheden zoals die van straatbewoners. Sinds 1993 zijn bedelarij en landloperij niet meer opgenomen in het strafwetboek. Gaan de ministeriële besluiten van het type "Corona" niet gedeeltelijk tegen deze beslissing in?  Wat zeker is, is dat de situatie ons uitnodigt om na te denken over de plaats die we willen behouden voor daklozen in onze samenleving en in de openbare ruimte... Laten we niemand vergeten!